( read )

Interview: Yoram Ish-Hurwitz

Yoram Ish-Hurwitz heeft als concertpianist al geruime tijd een vaste plek veroverd in het Nederlandse concertleven. Hij vormt een duo met violiste Noa Wildschut met wie hij in binnen- en buitenland optreedt en sinds 2012 is hij oprichter en artistiek leider van Oranjewoud Festival. Wij vroegen hem naar zijn festival.

Van uitvoerend musicus naar festivaldirecteur, hoe is dat gelopen en hoe bevalt dat?

In 2010 speelde ik Iberia van Isaac Albeniz. Iberia is een van de meer gecompliceerde werken voor piano. (The New York Times schreef het volgende over dit stuk: "There is really nothing in Isaac Albeniz's Iberia that a good three-handed pianist could not master, given unlimited years of practice and permission to play at half tempo. But there are few pianists thus endowed."). Ik combineerde het spelen van Iberia met een mise-en-scene op het podium met film, en alles bij elkaar genomen werd het een behoorlijk complex project. Ik heb in die periode en in de voorbereiding daarop het spelen van kamermuziek afgehouden, maar toen het project Iberia was afgelopen wilde ik toch graag meer aan kamermuziek gaan doen. En bij mij werkt het dan zo: als ik iets doe dan wil ik het ook gelijk zo goed mogelijk doen. En dan hoort er een festival bij! Die wens had ik al wat langer. Ik woonde destijds al in Oranjewoud en die plek heeft zoveel potentie, het was slechts wachten op het goede moment om een festival te beginnen.

In 2012 organiseerde ik een kleine proefeditie. Vrij traditioneel en kleinschalig opgezet. Ik wilde graag iets positiefs doen, tegen de op dat moment negatieve sfeer door bezuinigingen op cultuur in. Ik wilde middels het festival laten zien dat het mogelijk is het almaar groeiende gat tussen klassieke muziek enerzijds en het bredere publiek anderzijds te overbruggen. En van daar ging het van kwaad tot erger, dus nu is inmiddels de achtste editie van Oranjewoud Festival aanstaande!

Het festival heeft zich in de loop der tijd ontwikkeld. Het maken van een festival is ook een creatief proces, je creëert iets wat er nog niet is. Ontegenzeggelijk een deel van mijn kunstenaarschap. Wel denk ik dat het van toegevoegde waarde is als je musicus bent, je staat er dan net anders in dan bijvoorbeeld een musicoloog. Ik vind het een heel leuk aspect van het musicus zijn, en het past ook in een bredere opvatting van wat een musicus is, en wat klassieke muziek is. Wat maakt klassieke muziek relevant? Mijn antwoord is een zekere gelaagdheid en verdieping die zorgt dat het stuk blijft boeien, over eeuwen en generaties heen. De klassieke muziek waar we nu naar luisteren heeft de tijd overleeft omdat ze die kwaliteiten (gelaagdheid en verdieping) bezit. Daarmee wil ik niet zeggen dat die kwaliteit van muziek nu niet meer gemaakt wordt. Ik ben juist geneigd de definitie van klassieke muziek toe te spitsen op de kenmerken die het heeft om de tijd te overleven, of het die gelaagdheid bezit, of je er steeds iets nieuws in kan ontdekken. De term klassieke muziek lijkt vooral terug te kijken naar vroeger, daarmee vind ik de naam te kort schieten. Het gaat uiteindelijk om muziek die verschillende perspectieven in zich draagt waardoor het interessant blijft. Blijvende muziek zou misschien een betere definitie zijn. 

De missie van het festival zegt: het levend, inspirerend en bewegend houden van blijvende muziek in al haar veelkleurigheid en verschijningsvormen om daarmee publiek van nu, straks en later in het hoofd en het hart te raken. Hoe doe je dat? Hoe richt je je op het publiek van straks en later?

Ik spreek vaak over het publiek van nu, straks en later. Traditioneel publiek van nu is opgegroeid met klassieke muziek, heeft er een vanzelfsprekende affiniteit mee, maar dat publiek is tanende. Het publiek van later zijn de kinderen. Zij moeten in aanraking worden gebracht met muziek, daarvoor hebben we De Kinderproeftuin. Het publiek van straks kun je bereiken door een interactie met hen aan te gaan. Je moet de belevingswereld van de toekomstige generatie begrijpen en daar moet je iets mee doen zodat de muziek betekenis houdt. Dat gaat vaak over de vorm, die kan en mag altijd veranderen. In de geschiedenis van de klassieke muziek is de vorm al heel vaak veranderd, zo was het inmiddels traditionele recital een uitvinding van Franz Liszt tijdens een tournee door Engeland.

De muziek en de vorm is veranderlijk, de constante is de gelaagdheid en de verdieping. Daardoor overstijgt de muziek het moment en houdt het betekenis. Ook voor het publiek van straks en later! Je moet dus kritisch kijken naar die gelaagdheid en verdieping  en daar moet je een vorm bij kiezen die aansluit bij het publiek. Dus Schubert zal altijd interessant blijven, zal altijd blijven raken. Maar kies je de vorm van een liedrecital waarbij de zanger dromerig Ins Blaue hinein staart (en vraag je je af waar hij in hemelsnaam naar kijkt) of kijkt de zanger je aan en zingt hij je toe? Dat is vorm maar de muziek is hetzelfde. Het publiek moet niet het idee hebben dat ze naar een rariteitenkabinet kijkt uit lang vervlogen tijden. Het gaat echt om de vorm, als je geen aansluiting vindt ga je de boodschap ook niet over kunnen brengen. Maar het mag nooit een gimmick worden!

Naar welke concerten kijk je uit in de komende editie?

Lacht. Er zijn zo veel leuke dingen! Het zijn allemaal kindjes van mij, ik hou van alle concerten evenveel. Er zijn wel dingen waar ik extra nieuwsgierig naar ben. Het Stegreif Orchester is een typisch voorbeeld van musici die zoekend zijn naar nieuwe vormen. Zij doen Brahms op een hele integere manier maar ze gaan wel vrij ver, ze nemen heel veel vrijheid. Dit soort dingen gebeurt veel op het festival. Je kan daar best iets van vinden, maar realiseer je wel dat bewerkingen ook van alle tijden zijn. Als de muziek ook in bewerkte vorm een gelaagdheid heeft dan is het goed. 

Ook ben ik heel erg benieuwd naar concert van Anne Sofie von Otter met het Brooklyn Rider strijkkwartet. Zij werken al jaren samen. Ik vind de combinatie van strijkkwartet en stem heel fraai, vooral ook in zo’n breed repertoire (ze spelen werken en songs van Björk tot John Adams). Ook zij houden zich niet bezig met de principiële vraag of iets klassieke muziek is of niet, maar ze kijken naar gelaagdheid en verdieping van de muziek. Als de muziek op meerdere manieren interessant is dan nemen ze het in hun repertoire op. Dat vind ik een beter criterium dan haarkloven op definities. Een kunstenaar wil niet beperkt worden door hokjes, die wil zelf zijn hokjes maken.

Kaders zijn wel nodig, maar vooral om die te doorbreken en nieuwe kaders te maken om die vervolgens weer omver te schoppen. Op het moment dat een bepaalde vorm niet meer werkt (of niet meer overkomt bij het publiek) dan moet je kiezen voor een nieuwe vorm. Vorm en inhoud zijn één geheel, ze zijn dezelfde kant van de medaille. Ze kunnen niet zonder elkaar en zijn soms zelfs inwisselbaar, kijk maar naar een fuga. De vorm dicteert de inhoud, het grijpt in elkaar. Vorm moet wel veel meer zijn dan de verpakking, anders prikken de mensen er zo doorheen. Je moet het misschien zien als hardware en software. Samen wordt dat iets, dan krijgt het betekenis. Zo moet je ook als componist bezig zijn, en als festivalprogrammeur. En daarom kan Anne Sofie von Otter in één programma Björk combineren met Philip Glass. En dat doet ze met een stem vol zeggingskracht! 

Hoe komt de programmering van het festival tot stand?

Programmeren is een enorm grote puzzel en vaak een beetje een rommelig proces. Heel veel gaat intuïtief, maar ik werk natuurlijk binnen kaders en ik laat succesvolle programma onderdelen  terugkomen zoals ‘De Nacht van het Park’. Sinds een paar jaar hebben we een headliner, daar moet je natuurlijk ook rekening mee houden in de programmering. Ik wil graag het rijke beeld van ‘blijvende muziek’ laten zien, dus ik moet veel zoeken naar nieuwe vormen.

Het programma valt drie delen uiteen: traditie, vernieuwing en ontwikkeling. Elke dag moet voldoende te bieden hebben voor meer traditioneel ingestelde mensen, maar ook voor de meer avontuurlijk ingestelde mensen. Dan heb je nog gezinnen met kinderen…. En de speelplekken zijn weer een eigen onderdeel van de puzzel. Het is een superpuzzel en ik hou eigenlijk niet eens van puzzelen (lacht). Als het klaar is dan valt een enorme last van mijn schouders. Je zit erg te worstelen met een constructie waarin vorm en inhoud in elkaar grijpen, wat zelfstandig kan blijven staan en wat zijn eigen identiteit heeft. Als dat gelukt is dan ben ik erg tevreden. 

Hoe hoop je dat het festival zich ontwikkelt, wat zijn je wensen en dromen voor de toekomst?

Onze missie hebben we niet voor niets: we willen de ‘blijvende muziek’ levend houden. Ik gebruik graag de beeldspraak van een boom: de wortels zijn de traditie, zij voeden het organisme. Stam en takken zorgen voor stevigheid, zij staan direct op de wortels en vormen de ontwikkeling. De blaadjes zijn elk jaar nieuw, dat is de vernieuwing. Je hebt immers ook invloeden van buitenaf nodig zoals zon en regen. Dus behoudt en koester de traditie (zij geven je bestaansrecht), maar geef ook de kans aan nieuwe makers. De kunsten hebben waarde omdat ze leven, net als bomen. Zodra je ze gaat inkaderen, gaan ze dood. Ik hoop dat Oranjewoud Festival een autonoom organisme wordt dat heden, verleden en de toekomst in zich draagt!

Wat zijn opnames die je al lang bij je draagt en waar je regelmatig naar terugkeert?

Vioolconcert nr. 1 van Prokofjev door Maxim Vengerov / Rostropovich

Debuut-cd van Noa Wildschut (Mozart)

Iberia door Alicia de Larrocha

Strijkkwartetten Philip Glass door Kronos Quartet

Hommage à Piazzolla door Gidon Kremer